Vrijdag 12 december 2001

To Africa

Het goede nieuws is dat we Italie eindelijk achter ons hebben gelaten en in Tunesie, Bizerte liggen. Yoepie, eindelijk, terug in AFRIKA. We zijn weer thuis en voelen ons ook zo. Toen we gisteren door het stadje liepen rook het er ook zo typisch Afrikaans. De combinatie van afval, brand, de goot, etc. Het is zo bekend voor ons. Maar ja.

De ontvangst in Tunesie was allerhartelijkst. De politie kwam keurig aan boord om paspoorten te stempelen en de vergunnning voor de boot af te geven. Geen kosten, geen visa, geen hassle, zeer vriendelijk. Een pakje sigarettten was de enige beloning en kosten die het met zich mee bracht. Dat was weer eens wat anders dan de aankomst in Turkije en de papierenrompslomp aldaar, die twee dagen rondlopen langs allerlei bureau's inhield. Tien minuten en aleen maar vriendelijk. Dat is een goed begin.

Maar even terug naar het begin. We vertrokken vanuit wederom zo'n troosteloze spiksplinternieuwe haven die weer eens 5 kilometer buiten het dorp lag, op Sardinie. Ze hebben er patent op, daar in Sardinie. Daarnaast lagen we in een hoek van het eiland, waardoor de VHF geen weerbericht meer kon ontvangen. De laatste keer dat ik het had opgenomen was er niet veel goeds voorspeld en de wekenlang aanhoudende zuidwind, zou nog wel effe duren. We haden ons voorbereid op een lang verblijf in dit gezellige oord. Op zondagmiddag, niets te beleven en toch maar even langs het havenkantoor gelopen, wat tot mijn verbazing open was. Nog groter was de verbazing dat het weerbericht noordwestenwind voorspelde, tussen de windkracht 5 en 6. Dat was precies wat we nodig hadden. Teruggespurd naar de boot om Marit te waarschuwen dat we binnen een half uur zouden vertrekken, havenkantoor betaald en trossen los. Het was s'middags 5 uur en net tegen donker worden, toen we de zeilen omhoog hadden en de neus van de boot richting Tunesie wendden. De golven waren lekker hoog, 2,5 tot 3 meter. De wind inderdaad rond de 25 knopen, maar dat alles was niet erg, want we hadden het in de rug. En dat maakt al het verschil. Je wordt niet koud, want je hebt geen wind in het gezicht blazen. De golven tillen je elke keer op en duwen je nog een beetje harder in de goede richting. Op het moment dat de zon onder ging, kwam de maan op. Volle maan, wel te verstaan. En geen wolk aan de hemel. We hebben uiteindelijk alle verlichting maar uitgedaan, inclusief die van het kompas, want het schijnsel van de maan was voldoende om een boek bij te kunnen lezen. En zo jakkerden we met 8 a 9 knopen naar Tunesie. En dat is hard, voor de niet-zeilers onder jullie. Ik schrok effe, want dat betekende dat we nog met donker binnen zouden lopen in Tunesie. De afstand was 115 mijl en met die snelheid zouden we er maar 14 uur over doen en dus s'ochtends om 7 uur binnenlopen. Ik was effe vergeten dat het zowat de kortste dag van het jaar was en de nachten dus langer dan de dagen. Maar goed, dat was nog een paar uur weg, en je weet nooit wat de wind doet. 3 uur later was Sardinie dik achter ons en de laatste vuurtoren was niet meer te zien. Het was 9 uur en we zaten nog steeds in onze trui aan dek. Te genieten van een snelheid, de golven, de volle maan en het jakkeren van Sylphe die duidelijk na weken van motoren weer in haar element was met alle zeilen erop. Mijn god, effe mezelf in de arm knijpen. Het is december, 14 dagen voor Kerst, in de middellandse Zee en hier zaten we dan......te genieten in een truitje midden in de nacht. Ik denk, terugkijkend, dat het een van de mooiste tochten is geweest die ik in jaren heb gemaakt. Helaas waren we er inderdaad de volgende ochtend om 7 uur. Het was te snel weer voorbij. We hebben geen van beide meer dan een half uur geslapen, gewoon te mooi om dit over te slaan. De gemiddelde snelheid is over de totale afstand boven de 9 knopen gebeleven, en dat is een prestatie voor de oude dame op haar leeftijd, maar ze had het dan ook naar haar zin. Op het moment dat de maan onder ging in het westen, kwam de zon op in het oosten. De hemel was aan beide kanten rood van de gloed van de beide felle bollen die in/uit de zee verdwenen/rezen.
Nooit meer vergeten.

Een half uur later lagen we aan de kade, in Afrika. Even voor de feiten, we hebben in zes maanden drie continenten gedaan dit jaar. Azie, Europa en Afrika, en wie zegt er nu nog dat we niet ergens komen. De dolfijnen zwommen met ons mee tot in de haven en keken toe terwijl we aanlegden, en zoals gezegd, dit was nog maar het begin............. Nog een paar dagen en dan liggen we in Monastir, een paar maanden te roesten aan de ankerketting, tijd voor onderhoud, schilderwerk, uitslapen, vrienden ontvangen, etc

Ahoy
Roland en Marit