dinsdag, 21 september 1999 10.30

Een normale maandag??

06.00 uur, Serifos, Cycladen. De duitser naast ons aan de kade slaat van zijn anker. Alles wat los zit op de boot wordt wakker van het geschreeuw op de kade, de boegschroef, waarmee hij wanhopig probeert de boot recht te houden (er staat zo'n windkracht 5 op de neus van de boot te blazen) en het gevloek. Hij vaart uiteindelijk uit, probeert nogmaals te ankeren, neemt en-passant toch nog effe mijn anker een paar meter mee. Ik trek de zaak weer strak en ga verder slapen.

09.00 uur. Wederom wakker worden en koffie gezet. De andere buren slaan van hun anker vallen dwars op de kade. Wat schade/krassen aan de romp, een gedeukt imago van de engelse schipper, en ook die zijn weg. Inmiddels zijn wij de enige boot die nog aan de buitenkant van de pier (dus in de volle wind liggen) De ander 10 zijn allen reeds losgeslagen en onvrijwillig vroeg vertrokken.

09.15 uur. Het water voor de koffie kookt en ik schenk het eenmaal op. Kom weer naar buiten en op dat moment slaat ook ons anker los en drijven we met de sierlijke houten kont van de boot met een rot gang richting kade. Pieter en ik weten haar op tijd tegen te houden. Motor gestart, landvasten en loopplank binnen en anker ook maar gelicht. Marit is inmiddels ook - weer - wakker en maakt het koffie zetten af. In de baai droppen we weer het anker en worden even later door Pieter en Sissy de boodschappen gehaald. Marit en ik genieten van een kop koffie, terwijl ik met mijn hoofd op zijn kop in het motorruim een dieselfilter probeer te vervangen. De motor haperde gisteren enkele malen, dus ik wil geen risico. Een half uurtje later zit ik van onder tot boven onder de diesel, maar draait de motor weer. Ik begin aan mijn tweede koffie, inmiddels koud. Nog niet gedoucht, niet ontbeten, maar het eerste Arie-De-Boom-Klusje zit er al weer op.

11.15 uur. We takelen de buitenboordmotor weer aan boord en maken de boot klaar voor een dagje zeilen. Er worden door liefhebbers nog wat eieren weggewerkt. Ik besluit dat we teruggaan richting Athene. De boot moet nogmaals uit het water deze week, want ze lekt nog steeds. Marit wil nog vriendinnen in Athene bezoeken en ik moet nog regelen dat we de boot ergens veilig achter kunnen laten, terwijl wij naar Nederland gaan.

We waren op zaterdag vanuit Hydra naar de Cycladen overgestoken , maar hadden weer eens geen wind en dus alles gemotord. De 20 knopen wind die er nu stonden waren nog geen garantie voor wind op open water voor onze terugtocht, daar het in de baai van Serifos normaal altijd over de berg jakkert en er dan vervolgens buiten totaal geen wind blijkt te staan.

Toch blijven hopen dat er nu eindelijk wel eens een keer wind staat. De motor van de Sylphe heeft sinds juli overuren gedraaid en echt zeilen is er in 2,5 maand aan boord nog steeds niet van gekomen.

12.00 uur. We lichten het anker voor de tweede keer en ik hijs yankee en stagzeil in de baai en zo tuffen we de baai uit. Zoals gewoonlijk nagekeken en een enkel bootje komt nog even langs om te kijken en/of ons te bewonderen. "Nice ship" roept een Noor ons nog toe. Maar al snel zijn we te ver weg en blijft de open zee over. Een afstand van 64 mijl te gaan. Onder Serifos door, gegijpt en nog steeds geen grootzeil gezet. We lopen al 7 knopen en ik wil eerst onder het eiland door zijn, alvorens we definitieve zeilvoering kiezen.

Al snel, terwijl we recht onder Serifos liggen dus in de 'vuile' wind, laat ik me weer verleiden. Ik zet het hele grootzeil erop. De wind is rond de 15 knopen. We zeilen langzaam verder en komen dichter bij het eind van het eiland en dus de 'open' wind. Afwachten wat hij daar doet en of we de koers naar Perdika kunnen halen (afhankelijk van de hoek waar hij vandaan komt). De wind blijkt noord-noordwest te zijn, dus we zullen hoog an de wind moeten lopen, ik had gehoopt op een leuk ruim koersje om eindelijk eens riant en snel te kunnen zeilen. De witte koppen worden ras groter en snel zetten Pieter en ik twee riffen in het grootzeil. De golven groeien tot ruim twee meter. Ook de yankee besluit ik even later te strijken. Zittend op de boegspriet, durf ik amper naar beneden te kijken. De boeg klapt omhoog en omlaag in de golven. Ik vlieg letterlijk omhoog en kom dan met vrije val weer naar beneden. Bunjee jumpen in het klein. Ik kijk een keer naar achteren waar Marit de boot keurig in de wind houdt. Ik zie de spiegel van de boot opeens helemaal naar beneden zakken, er loopt een glof via de achterplecht naar binnen. Ik lijk wel een meter of 7 hoger te zitten. En dan gaat het ook voor mij naar beneden. Even later zit ik tot aan mijn oksels in het water en spoelen de golven over het dek naar achteren. Langzaam kruip ik terug waar de rest vrolijk zit te lachen om een erg natte reder.

Ik neem het roer weer over. Er staat 30-35 knopen wind. We jagen met 7 knopen door de golven en we laten ons iets afvallen. 60 graden tegen de wind in, de golven breken daadoor minder en Sylphe begint er zin in te krijgen. De twee bemanningsleden worden wat zeeziekerig (ondanks dubbele dosis pillen) en verdwijnen onder dek. Na een half uur komen we echt in ruim water en zal dit zo blijven voor de komende 30 mijl. Een constante wind, langere golven en eindelijk de kans te zien hoe Sylphe zich gedraagt. Ik hijs de Yankee weer. Met 3 volle zeilen, iets te veel wind, jakkeren we door de golven. Ik mag van Marit eindelijk zelf sturen. En na wat trim met schoten loopt Sylphe met ruim 9,5 knoop door de golfjes. Het voordek, tot aan de kuipopbouw, wordt bij elke golf weer volledig gesprayed. Ik moet niet denken aan de hoeveelheid water die onder deks terecht gaat komen. Maar dat is voor latere zorg. Nu eerst even kicken. Het eerste uur, zit ik met gespannen bilspieren en verkrampte kaken, te kijken en te voelen of dit allemaal wel goed gaat. De wind is constant tussen de 25-30 knopen (windje 6). De boot maakt een constante hoek van 25 graden, rondlopen is er niet meer bij. De lij-zijde van het schip staat net niet onder water. En dan elk kwartier of zo, weer net die ene golf die groter is dan de rest en een echte spray van regen over het schip doet belanden en ook ons op het achterdek bereikt. Maar gelukkig is het water warm.

Langzaam ontspan ik me bij de gedachte dat dit allemaal heel goed gaat, dat Sylphe zich thuis voelt, dat ze hiervoor gebouwd is, dat ze nog sterk genoeg is. Ze wil harder, elke keer als een grotere golf ons een beetje geremd heeft, voel je dat ze haar neus weer naar beneden drukt en dat ze vooruit wil. Ze heeft er echt zin in. En ik begin te genieten. En Marit begint te genieten, die achter me op het achterdekje zit en zich schrap heeft gezet tegen de kikker. Het voetenbadje dat daar telkens ontstaat als er een golf via het achterscchip binnenloopt wordt als welkome afkoeling ervaren. De lucht klaart op. De zon komt erbij.

We hebben nog zo'n 40 mijl te gaan. De dinky stuitert achter ons aan en lijkt ons amper bij te kunnen houden. Nu zien we pas dat we echt een 'heavy displacement boot' zijn. We trekken achter ons een eigen hekgolf!!. We binden de dinky wat korter in, zodat die voortdurend op de hekgolf naar beneden komt surfen. Wat een gek gezicht.

Het witte water spuit langs ons heen. De laag op het water liggende Sylphe geeft je nu echt een sensationeel gevoel van snelheid. Het water bruist langs. De wind jakkert nog wat aan en loopt op naar 35 knopen. Ik heb eigenlijk teveel zeil op staan en wil wel strijken. Het tekort aan wakkere bemanning, neemt de beslissing voor me. We zeilen door. De boot maakt een hoek van dertig graden. De lage kant van het schip blijft nog steeds boven water. Een enkele golf spoelt erover heen. Het verzamelde water vindt een kolkende weg overboord via de loosgaten. Er worden ook wat lijnen, die niet goed vast zaten, mee overboord gespoeld. Laat ze maar effe hangen.

Geen van ons beiden heeft de zin, de behoefte om op de GPS de snelheid af te gaan lezen. Dit gevoel zegt genoeg, en, zeg nou eerlijk, we zijn niet aan het racen en voor ons gaat het hard genoeg. (Toch zorgen dat we bij de verbouwing een goede snelheidsmeter aan dek krijgen.) Al snel komt Ayos Georgios in zicht, de rots die we halverwege moeten passeren. Het kreng vliegt op ons af. Geen enkele andere boot op het water te zien. Jammer. Het moet spectaculair, of gewoon mooi, zijn om de Sylphe door de golven te zien gaan.

Ik begin nu echt te genieten. Elke golf en windvlaag geeft me meer vertrouwen in boot, bemanning en materiaal. Maar vooral in het potentieel van Sylphe. Al moeten we deze winter elk spant van de Sylphe laten vervangen, en blijkt er niets bruikbaars meer te zijn, ze ZAL worden nagebouwd van nieuw materiaal. Die beslissing nemen Marit en ik keuvelend en genietend op het achterdek. Wat een bootje, wat een dankjewel. Het lijkt wel of Sylphe ons bedankt, dat ze na al die jaren weer echt mag zeilen, en niet na een paar weken langs de franse kust weer voor 45 weken in de haven van La Rague moet wachten. Het lijkt wel of ze er steeds meer zin in krijgt en ons wil tonen, waartoe ze in staat is.

17.00 uur. We zijn 5 uur onderweg en ik moet toch eens op een kaart gaan kijken. Met pijn in mijn hart geef ik het roer aan Marit en ga ik naar binnen. Daar is de chaos niet te overzien, alles wat los lag, ligt aan de andere kant van de boot. De vloer is bezaaid met kussens, de inhoud van opengeslagen kasten en er drupt wat water her en der van het plafond. Ach, een kniesoor die daar op let en dat ruimen we in de haven wel weer op. Na de positie in de kaart te hebben gezet, blijken we keurig op koers te liggen en hebben in 4,5 uur tijd, meer dan 40 mijl afgelegd. We hebben nog zo'n 25 mijl te gaan. Hijdra en Aegina moeten binnenkort in zicht gaan komen. Nu kijken of de wind (zoals gewoonlijk) weg valt en we de laatste 5 uur op de motor moeten varen. Maar ook Poseidon, Aeolus en alle andere goden willen ons bedanken. De wind blijft staan. De golven worden wat kleiner, daar we in de luwte van het vasteland zijn gekomen en we jakkeren maar door. Er staat nog steeds tussen de 20-25 knopen wind.

Pieter en Sissy worden zo af en te even wakker en vragen of we er al zijn. Nee, het duurt (gelukkig) nog even, antwoorden wij tot hun teleurstelling. De deur van de WC is ontzet door alle krachten en gaat niet meer open. Dus wordt er maar ouderwets op een emmer geplast. Die gaat keurig over boord. Na 3 uur lang dezelfde CD te hebben gehoord (Mary Black, wel mooi bij dit tafereel) wordt ook die eindelijk gewisseld. Toch nog eens effe praten over die CD-wisselaar en de afstandsbediening, Andre?

19.30 uur. De zon gaat langzaam rood onder. Marit en ik zondigen en nemen een glaasje wijn, terwijl we nog steeds met 7,5 knoop door de zee jagen richting Perdika. De schemer omhult ons langzaam. De lampjes van Perdika komen in zicht.

20.15 uur. Met tegenzin loop ik naar het voordek om de zeilen te strijken. Stagzeil en Yankee komen naar beneden en laten zich gedwee tegen de railing binden. De motor wordt gestart en grootzeil wordt ook opgebonden. Sylphe komt weer volledig recht in het water te liggen, de wc deur kan weer open en ik heb de tijd om de 'schade' op te nemen. Wederom een nat bed in de reders-hut. Maar noch Marit, noch ik klagen daar over. Dat is voor latere zorg.

De haven van Perdika ligt erg vol en we vinden met moeite een plekje. In het restaurant bij Claudia kijk ik in de spiegel naar mijn verwaaie blonde haren, zwarte sik, dikke trui en pretoogjes. Marit komt er even later net zo aangelopen (nee, zonder zwarte sik). Twee innig gelukkige mensen, met de dag van hun leven achter zich.

Verplicht nog even wat eten en drinken. In het restaurant zit een groep van meer dan 30 nederlanders die flottielje aan het zeilen zijn. Ik kijk ze meewarig aan. Ik hoop dat ze ooit net zo veel plezier op het water mogen hebben als wij. Dat ze ook zo kunnen genieten van zeilen, golven, wind, zon en de boot.

Veel meer blijken Marit en ik niet nodig te hebben.

00.15 uur. We liggen in bed. We blijken 65 mijl in 8 uur afegeld te hebben, toch een mooi record en de snelste oversteek uit de Cycladen ooit door mij gemaakt. Maar bovenal en nog meer, blijft ons bij de sensatie van het zeilen met de Sylphe en het potentieel en belofte voor nog veel, veel meer.

En dan was dit gewoon een maandag, maar het had ook dinsdag of zaterdag kunnen zijn.